"Hij zit niet op de WhatsApp en weet het vast weer eens niet, roept Perry lachend".
"Als hij zijn e-mail van gisterochtend heeft gelezen komt het goed", roep ik terug, "sms-jes replied hij niet". Dan maar even bellen en zoals verwacht klinkt daar de voicemail.
Gelukkig woont hij om de hoek en we besluiten op pad te gaan om ouderwets aan te bellen. Daar klinkt de bel. Het ziet er nog verdacht rustig uit in huize Smit. Na enkele seconden beweegt het gordijn en de deur zwaait open. Anne vergezelt met drie kinderen staat in de deuropening. De kinderen deels in pyama en de allerkleinste met heerlijke melksnor op zijn guitige gezichtje. Wat een schatjes. Daarachter een half aangeklede Steffen met enorme slaapkop. Hinkend op een sportschoen roept hij grinnikend: "Ik kom eraan".
Reken maar. Nog geen minuut later springt Steffen op zijn fiets en voegt zich bij ons. In zijn hand een dubbele boterham met iets van jam daartussen en daar gaan we dan, geheel goedgemutst, op weg naar de Waalhaven van Rotterdam alwaar het evenement de Harbourrun dit jaar voor het eerst wordt georganiseerd.
Wat een heerlijke dag, het zonnetje schijnt en er staat een zuchtje wind. Deze fietstocht op de vroege zaterdagochtend voelt als een ideale voorbereiding. Onzeker over wat ons te wachten staat, licht nerveus, een beetje hyper en we hebben er zin in. Dit gevoel wordt aangewakkerd, zodra wij het terrein zien en de eerste afgetrainde deelnemers in zwarte, strakke t-shirts ons tegemoet dribbelen voor de persoonlijke warming-up, zo het lijkt.
Wat valt op. Genoeg parkeerplekken, veel veiligheidsmensen, overal bezoekers maar waar laten we onze fietsen. Kees fietst door over het parcours direct omhoog richting start/finish. Dit lijkt me niet de weg naar een fietsstalling mocht die er al zijn. "Aan een paal binden dan maar?", roept Steffen.
We wenken Kees terug en al snel vertelt een veiligheidsman ons dat we in de autostalling mogen staan. Kijk daar over het startparcours en dan naar binnen. Via een smal trappetje dalen wij af de garage in. De eerste hindernis is overwonnen. Nu op naar de startbewijzen.
De 'inschrijfbalie' is snel gevonden en alles staat geheel overzichtelijk op achternaam gesorteerd. Ik voeg mezelf achter de P en loop op een haar na, Sandra, een voormalig bootcampdeelnemer van Fit For Free, tegen het lijf. Ze is gekomen voor de aanmoediging van haar vriend en doet zelf niet mee, laat ze me weten. Ik ontvang het startbewijs en voel een tik op mijn schouder. Ik draai me om en zie daar Nick en Jan van Make a Move. Leuk dat we die nog treffen, want ik wist dat ze mee gingen doen. Ze zijn een beetje laat voor het eerste startvak en doen wat opgefokt. Na een wederzijdse aanmoediging zoek ik mijn team weer op. We doen ieder het knalgele Harbourrun t-shirt aan, net zoals de rest van het deelnemersveld en zijn nu een van de velen. Geel en goedgemutst. "Een blauw Fit Happens t-shirt had meer blikken gevangen"merkt Perry terecht op.
Daar komen Nick en Jan weer aan en droppen haastig hun t-shirts op mijn tas. Mogen die daarin? Zonder het antwoord af te wachten zijn ze weer weg. Wij hebben nog tijd, doen de shoetag om de veter en besluiten even naar de warming-up van het eerste veld te lopen. We schieten nog wat foto's van de eerste groep waar Jan en Nick staan te popelen. Tegelijkertijd bedenken we dat het daar straks voor ons ook gaat gebeuren. De spanning stijgt.
Terwijl we in een bak herrie staan bezoeken we om beurten de Dixies. Dit roept bij mij direct associaties op met het fenomeen festival. Ik open de eerste deur en ja hoor het is zo ver. Ik kijk in een overvolle stapel pleepapier met daartussen een hoop narigheid. "Hoe kan dit nu al zo zijn op deze vroege morgen" roep ik tegen Judith. Ik smijt de deur dicht en open snel een andere. Deze oogt gelukkig schoon.
Ik loop samen met de rest terug laten om een 'before' groepsfoto te maken. We lopen door en ineens ben ik ze kwijt. Ik kijk, loop terug en weg zijn ze. Aangezien we nog naar het depot moeten besluit ik daarheen te gaan. Daar zijn ze niet. Toch maar even wachten en daar komen ze al aan hobbelen. We doen de spullen in het depot, nog snel een dextro en we voegen ons in het startvak waar iedereen al klaar staat voor de Gladiator Warming-up met Bianca Karel. Dezelfde knallende muziek dreunt uit de speakers en het opzwepen van de groep is begonnen. Nog een laatste teamhug, een groepsjel, we tellen tot tien en we zijn vertrokken.
Ik loop met de eerste meute mee en dat gaat nog lekker. Judith zijn we al snel kwijt, die loopt lekker haar eigen tempo. Na een minuut op vijf doemt de eerste hindernis op: Rotterdam Steel Attack.
Een stel oranje stalen buizenframes staan achter elkaar en daar moeten we doorheen. Het geeft niet direct oponthoud of hinder maar je moet wel even een goeie inschatting maken. We lopen er best vlot doorheen. Steffen, Kees en Perry gaan gestaag door en ik probeer bij te blijven, maar kan al niet meer lekker mee kletsen. Zo'n 500 meter verderop komen we de Rocky Railroad tegen, het pad wordt smaller, hobbeliger en we moeten wat treinsporen over. Even de pas inhouden en opletten dat ik mijn enkels niet verzwik. Dat zou jammer zijn zo aan het begin. Het gaat goed. De weg volgt verder over een stuk asfalt en dan verschijnt een stellage, de zogenaamde Layher Stairs die over de weg heen gaat. Er volgt wat filevorming bij de trappen dus mijn tempo gaat wat omlaag.
Na de trap gaan we direct een bocht om het gras op. Aan de andere kant zien we de deelnemers van de andere groep. Sommigen kijken al flink verzeurd en kijken wat nors. Dat beloofd wat.
We lopen door en de drie heren gaan tempo maken. Ik moet ze los laten en doe dat ook. Ik kan Perry nog net bijhouden, althans een klein stukje. Ineens ben ik hem kwijt. Waar is die ineens gebleven?
Daar komen de rood-witte plastic hurdles en daarvoor moeten mijn voeten van de vloer. Deze hadden we dinsdag nog geoefend tijdens de Bootcamp, alleen nu staan ze wat dichter op elkaar.
Nog een stuk doorrennen over het gras en ik moet naar de grond om de Below Deck te kunnen nemen.
Ik hoef niet te tijgeren, maar kan lekker kruipen en ga met vliegende vaart verder. Ik kan er zelfs een paar inhalen. Dat geeft moed. Snel sta ik weer op en ren weer verder. Daar verschijnt de eerste echte hindernis: Climbing The Ropes
Even doorklimmen en ik ben op de 2e container. Nu er nog goed vanaf zien te komen. Dat is nog best hoog. Ik klim eraf en ik voel dat mijn voet blijft hangen als ik eraf wil springen. Oeps dat gaat net goed en kan weer door. Gelukkig.
Ik vervolg de tocht in eigen tempo. Ik maak een ruime bocht om de loods en ik zie mensen een donker gat in gaan door een laag hangende roldeur. Gekleurde lampen, rook, mist, lawaai. Mijn orientatie is even weg. Blijven rennen, moedig ik mezelf aan en er verschijnt een smile op mijn gezicht. Ik voel me weer kinds door de herinnering aan het spookhuis van de kermis van toen.
Eenmaal de loods uit pak ik mijn ritme weer op en vervolg de weg verder over het haventerrein langs de Maas. De zon verlicht de waalkade en dat maakt het extra mooi. Rotterdam op zijn best.
Daar doomt wat op in de verte. Een aardige muur van containers met hooibalen ervoor.
Wauw, dit is gaaf. Klimmen en klauteren. Bovenop staat een dame met lichtgevend. Verder zie ik niet veel mensen. Daar moet ik dus heen. Ik ga redelijk vlot omhoog en bovenop geniet ik even van het uitzicht. Ok, nu weer door. Het is tenslotte een race.
Dat ziet er minder eng uit dan ik dacht. Mijn hoogtevrees blijft achterwege. De laatste trede is wel hoog dus ik aarzel. Ik neem het zekere voor het onzekere en pak eerst de rand en spring er dan rustig vanaf. Ik vervolg mijn tocht en ik hoor ineens mijn naam. Ik kijk rechts, het is Judith die me tegemoet komt rennen aan de andere kant van de scheidingslijn. Ze maakt aanstalte voor een high five, dus ik loop er hard naar toe. "Gaat het?", roep ik snel "Ja, gaat goed", beantwoord ze met een smile terwijl onze handen elkaar raken. "Tot straks"en we zetten ieder onze eigen race weer voort. Dit is gaaf en sla links af.
Na een flink stuk lopen duiken de Below decks weer op. Weer kruipen dus, maar ik neem even de tijd om op adem te komen en ruik aan het gras. Wat een heerlijk dag is het eigenlijk. Even ietsje rustiger aan. Mijn iets te hoge hartslag daalt licht en ga weer door.
En daar komen ze dan, de Black Hurdles. Dit ziet er niet heel gemakkelijk uit. Ik bekijk hoe mijn voorgangers erover gaan en constateer dat het vooral erg lange mannen zijn die er over heen gaan. De man voor mij is wat kleiner en gaat er via het schuine gedeelte op, loopt over de middenbalk en klimt er weer af. Geen gek idee. Misschien is dat voor mij ook goed te doen. Als snel klim ik er ook zo op en loop er over heen. Ben ik er in elk geval 'overheen' gegaan. De volgende ook maar zo. Het voelt toch een beetje als falen. Had ik niet toch? Ze zijn wel erg hoog en hulp was er niet echt. Nou ja, een volgende keer misschien.
Ik vervolg mijn parcours en probeer even flink tempo te maken. Waar zijn eigenlijk de dames gebleven? Ik zie een man voor mij lopen die net iets minder hard loopt en probeer en naar toe te komen. Dat lukt. Ik passeer hem en blijft het tempo vasthouden. Dan komt er een kerel voorbij, die loopt net iets harder en ik duik erachter. Zo loop ik iets meer uit de wind en dan kan ik misschien zijn tempo volgen. Hij gaat versnellen...dat blijkt iets te veel van het goeie. Ok, loslaten dan maar en gewoon doorzetten.
In de verte verschijnt de Crossing Bourder. We moeten de weer trappen op, de weg over en de trappen af. Dan gaan we de hoek om en in de verte klinken percussietrommels. Wat is dat dan?
Evenwichtsbalken. Daar moet je overheen zonder te vallen. Dat lukt. Het geeft een leuk effect met die liveband ernaast. Ik maak een U-turn en neem de volgende evenwichtsbalk. Nu maar iets sneller proberen. Iets te snel, ik haal het net niet, maar krijg geen natte voeten. Een bak water erbij had het wel wat spannender gemaakt.
Ik ga verder verder en zie een container met plastic flappen. Ik voel wind, mist en zie even niets meer. Gewoon rechtdoor en ik heb ineens weer zicht. Gewoon naar het licht rennen dan komt het vanzelf goed.
Inmiddels zie ik niet zoveel mensen meer om me heen. Zijn ze dan voor me of achter me, vraag ik me af. Ach, wat maakt het uit. Gewoon genieten en gaan. Ik sla de bocht om en voel wat hete adem in mijn nek. Er zit er een op mijn hielen. Het circuit is wat bochtig dus ik verkies steeds de binnenbocht vlak langs de containers. Als ze me voorbij willen moeten ze maar buitenom. Ik loop verder en zie ineens een verzorgingspost met water en bananen. Een slok water is niet verkeerd en ik grijp naar een hap van de banaan die voor me wordt opgehouden. Ik stop het in mijn mond maar besluit alleen even te sabbelen om weer in de container uit te spugen. Beetje proeven, niet doorslikken want dan krijg ik misschien last.
Even op adem komen en vervolgens rustig door dribbelen. Aan de andere kant lopen veel deelnemers in kanariegeel mij tegemoet. Dat geeft me moed. Zij moeten nog een eind. Ik ben met het laatste deel bezig. Terwijl ik bedenk hoe ver het nog is, staan er ineens wat opleggers. Eroverheen of eronderdoor? De heren voor mij gaan er onderdoor. Dan kan ik dat ook wel doen. Terwijl ik dat doe, denk ik, dit is wel wat saai. Was leuker geweest om erover te gaan. Aan de andere kant voel ik mijn hartslag behoorlijk hoog zitten dus misschien niet gek om het zo te doen.
De eerste toeschouwers verschijnen aan mijn rechterzij en ik krijg weer een boost. Die had ik net nodig. Nu laat ik me niet meer kennen. Het 10 km bordje doemt op en ik raak in de war. Nog 10 km? Oh nee, stom, stom. Al 10 km natuurlijk. Ik kijk weer richting start/finish. Dat is nog een stuk verder. Shit, dat vraagt om een mentale push. Het blijkt meer dan 10km. Nog even doorbijten. Ik zie weer de man lopen die ik al vaker naast me had gezien. Hij loopt nog vlot en ik vraag me af of die nog gaat versnellen. Ik ga er langs en kijk even opzij. Ik geloof niet dat hij nog gaat aanzetten. Ik ga ervoor, pers mijn laatste krachten eruit en loop zo hard mogelijk naar de finish hoor mijn naam roepen door een hele bekende stem en val Kees in de armen. Wauw, dat is gaaf!
Kees is net een paar minuten eerder binnen en is alweer op krachten. Ik krijg een pakje coconutwater drankje in mijn handen en drink gulzig een slok. Getverdemme, ik heb nog nooit zoiets goors gedronken na een inspanning. Wat is er mis met water. Daar komt Steffen en geeft me een high five en een dikke smile. Waar is Perry? vraag ik nog steeds naar adem snakkend.
Die is er nog niet, hoor ik iemand zeggen. Hoe kan dat die zat toch voor mij. Vreemd?
Een paar minuten later zien we Perry verschijnen en we geven hem een dikke high five. "Hoe kun jij al binnen zijn?", zegt hij verbaast. "Ik snap het ook niet", beantwoord ik. Ergens ben ik hem ingehaald, waar we weten allebei niet waar. Tijdens het schrijven van dit stuk bedenk ik me dat het op de eerste trappen moet zijn geweest. Daar nam ik waarschijnlijk de binnenbocht. Ach, het maakt ook niet uit.
Even bijkomen, drinken. Ik kijk opzij, daar staat de familie van Steffen die dezelfde ochtend nog aan de deur stond. Nu staan zij op hun beurt,volledig fris en fruitig en met grote glimlach, naar ons te kijken. Wat leuk dat ze zijn gekomen. Nu is het wachten op Judith, maar voordat we dit hebben gezegd komt ze al binnen. "Judith!", schreeuwen we allemaal tegelijk en geven haar een dikke knuffel. Wauw, iedereen is al binnen. Wat fantastich om dit samen te doen en we worden meteen door de zus van Steffen op de foto gezet:
Perry, Marianne, Kees, Judith en Steffen (vlnr).
Met dank aan de goede organisatie en deze mooie dag en
met trots gefinisht!
Ik zeg, tot volgend jaar!

















Geen opmerkingen:
Een reactie posten